Algemene richtlijnen voor de ondergrond:
De ondergrond waarop Kerlite wordt aangebracht, moet droog, stabiel, stevig en volledig vlak zijn en mag geen luchtgaten of losse delen bevatten die de hechting kunnen belemmeren.
De vlakheid van het oppervlak moet worden gecontroleerd met een reilat van ten minste 2 m. lang, waarbij de toegestane tolerantie maximaal 3 mm mag bedragen (CEN TR 13548), wat wordt gecontroleerd door de reilat in alle richtingen op de dekvloer te plaatsen. Oneffenheden moeten vooraf zijn weggewerkt met geschikte egalisatiemiddelen. De ondergrond moet over mechanische eigenschappen (druksterkte en buigsterkte) beschikken die geschikt zijn voor de belasting die kan worden verwacht van het beoogde gebruik. Breng geschikte dilatatievoegprofielen aan van Schülter Systems, afhankelijk van de afmetingen van de ruimte.
|
Bestaande vloeren:
Bij bestaande vloeren in keramiek, marmer, steen, cottotegels, hout, hars, linoleum of gewoon cement, moet de stevigheid en de verankering met de ondergrond worden gecontroleerd. Bovendien moeten alle resten olie, vet, was, verf en benzines worden verwijderd met reinigingsproducten speciaal voor deze soorten vuil.
Indien het onmogelijk is het oppervlak chemisch te reinigen, is het raadzaam om over te gaan tot schuren.
|
Traditionele cementdekvloeren:
De dekvloer moet over de gehele laagdikte vast en homogeen zijn. Eventuele scheuren moeten met een geschikt product worden gerepareerd. Net als bij beton moet worden gecontroleerd of de dekvloer voldoende is uitgehard. Hierbij moet rekening worden gehouden met een uithardingstijd van ongeveer 7-10 dagen voor elke cm laagdikte van de dekvloer.
|
Beton:
De vloer moet voldoende zijn uitgehard (circa 3 maanden) en het oppervlak mag met geen enkel middel zijn behandeld. Betonplaten moeten zijn afgesloten van elke vorm van optrekkend vocht.
|
Verwarmde vloeren:
Dekvloeren die zijn aangebracht bovenop vloerverwarmingssystemen moeten stabiel zijn en de hygrometrische krimp van de uitharding moet reeds plaats hebben gevonden. Ten minste 14 dagen nadat de dekvloer is aangebracht, mag de verwarming voor de eerste keer worden ingeschakeld.
|
|
Dekvloeren die zijn aangebracht bovenop vloerverwarmingssystemen moeten stabiel zijn en de hygrometrische krimp van de uitharding moet reeds plaats hebben gevonden.
Ten minste 14 dagen nadat de dekvloer is aangebracht, mag de verwarming voor de eerste keer worden ingeschakeld. Stel vervolgens de maximale ontwerptemperatuur in en houd deze gedurende minimaal 4 dagen aan.
Zodra de dekvloer eenmaal op kamertemperatuur is, kan KERLITE PLUS worden aangebracht.
|